Hoe kun je als internetgebruiker je veiligheid vergroten, hoe gaan cybercriminelen precies te werk en hoe kun je als organisatie een bijdrage leveren aan je eigen digitale veiligheid maar ook aan die van anderen? Om dergelijke vragen te beantwoorden is meer nodig dan enkel technologische kennis. Ook vakgebieden als psychologie, pedagogiek, criminologie, rechten en communicatiewetenschappen spelen hierin een belangrijke rol. Om wetenschappers uit al die disciplines samen te brengen, is onlangs vanuit NHL Hogeschool in Leeuwarden het Cyber Science Center geopend. ‘Ik durf wel te stellen dat onze multidisciplinaire aanpak wereldwijd uniek is’, zo zegt prof. Dr. Wouter Stol, lector Cybersafety én geestelijk vader van het Cyber Science Center.

Onze samenleving digitaliseert in rap tempo en veel van die nieuwe toepassingen maken ons leven een stuk gemakkelijker en in veel gevallen ook leuker. Maar die voortschrijdende digitalisering heeft ook een schaduwkant: niet alleen goedwillende burgers doen er hun voordeel mee, het biedt ook volop kansen voor criminele verdienmodellen. ‘Helaas lopen we momenteel nog te vaak achter op de criminelen als het om cybercrime gaat’, zo zegt Wouter Stol, die naast lector Cybersafety aan de NHL en de Politieacademie ook hoogleraar Politiestudies aan de Open Universiteit is. ‘Doel van het Cyber Safety Center is om die kennisachterstand te verkleinen en zo effectieve methoden te ontwikkelen om internetcriminaliteit tegen te gaan.’

Stol heeft een achtergrond bij de politie: hij werkte ruim tien jaar als politiechef in Amsterdam en is al sinds 2000 werkzaam bij de onderzoeksafdeling van de Politieacademie. In 2004 ging hij als lector aan de slag bij NHL en sinds 2009 bezet hij ook de leerstoel Politiestudies aan de Open Universiteit. Kort daarop, in 2010, werd hij tevens lector aan de Politieacademie. Het is dan ook niet geheel toevallig dat die drie partijen samen initiatiefnemer zijn van het Cyber Science Center. ‘Zo’n zes jaar geleden wist ik alle drie de kennisinstellingen ervan te overtuigen dat, om echt stappen te maken in de opsporing en preventie van internetcriminaliteit, we onze kennis op dat gebied het beste kunnen bundelen. We werken dus inmiddels geruime tijd samen. De officiële opening van het Cyber Safety Center is eigenlijk de bekroning van het werk in de afgelopen jaren. We presenteren ons nu naar buiten omdat we op de opgedane ervaringen verder willen bouwen.’

Multidisciplinaire aanpak
Met het Cyber Science Center willen de partijen de aanwezige kennis op het gebied van cybercrime beter gaan uitdragen. ‘Dat is ook echt nodig’, zo stelt Stol. ‘Wat maar weinigen weten, is dat mensen tegenwoordig al vaker slachtoffer zijn van hacken dan van fietsendiefstal. Het is dus een groot maatschappelijk probleem, waar instanties als de politie nog te weinig grip op hebben. Dat komt ook omdat er vaak gedacht wordt: het heeft met computers te maken, dus zet er maar een techneut op. Maar net als bij alle vormen van misdaad, komt er veel meer bij kijken. Vakgebieden als psychologie, criminologie, sociologie en communicatiewetenschappen zijn net zo belangrijk als de technische aspecten. Dat wordt helaas nog te weinig onderkend.’

Inmiddels heeft het lectoraat Cybersafety al de nodige onderzoeken uitgevoerd en daarmee nieuw licht geworpen op een voorheen moeilijk te doorgronden onderwerp. ‘Een van onze eerste en belangrijkste projecten was een onderzoek naar het slachtofferschap van internetcriminaliteit onder Nederlanders. Het Centraal Bureau voor de Statistiek kwam jaarlijks met allerlei misdaadcijfers, maar cybercrime werd daarin volledig over het hoofd gezien. Toen uit ons onderzoek bleek dat Nederlanders in die tijd al net zo vaak slachtoffer werden van hackers als van fietsendieven heeft dat heel wat ogen geopend. Niet voor niks neemt het CBS sinds 2012 ook cybercrime mee in zijn misdaadrapporten.’

Jongeren
Momenteel werken de ongeveer vijftien medewerkers van het Cyber Science Center, waaronder IT-specialisten, pedagogen, psychologen en juristen, samen aan verschillende onderzoeksprojecten. Stol: ‘Er loopt momenteel een groot onderzoek naar slachtoffer- en daderschap op internet onder jongeren met een lichte verstandelijke beperking. Zij zijn vaak extra kwetsbaar en vormen daardoor een gemakkelijke prooi voor bijvoorbeeld lover boys. Vroeger waren die actief op schoolpleinen, maar tegenwoordig ronselen ze vooral via social media. Voor de politie en in eerste instantie natuurlijk de betrokken zorginstellingen is het nog erg moeilijk daar grip op te krijgen. Hopelijk kunnen we daar met ons onderzoek verandering in brengen.’

De jongeren zelf kunnen daarin mogelijk een belangrijke rol spelen. ‘We onderzoeken op dit moment hoe we jongeren kunnen inzetten voor digitaal politiewerk’, aldus professor Stol. ‘Er is natuurlijk een gigantische generatiekloof als het om internetgebruik gaat. De ontwikkelingen op het gebied van social media gaan zo snel, dat het voor politiemensen vrijwel niet bij te houden is. Dat realiseerde ook de politie Noord-Nederland zich en dus klopten ze bij ons aan om te kijken hoe je beter zicht krijgt op de digitale jongerencultuur. Binnenkort starten we daarom met een gezamenlijk pilot in de drie noordelijke provincies om jongeren bij de opsporing en preventie van cybercrime te betrekken.’

Bedrijfsleven
Een heel ander thema dat momenteel onderwerp van onderzoek is voor het multidisciplinaire team van het Cyber Security Center is ‘bedrijven en cybersecurity’. ‘We proberen instrumenten te ontwikkelen die MKB’ers kunnen gebruiken om te inventariseren  hoe het er met hun cybersecurity voorstaat’, legt Stol uit. ‘Grote bedrijven en organisaties hebben daar vaak eigen afdelingen voor, maar dat is voor het midden- en kleinbedrijf vaak niet haalbaar en het ontbreekt nog aan gemakkelijke tools die zelfdiagnose mogelijk maken, zodat het bedrijf weet welke stappen het eventueel moet zetten.’

Openbare orde
Verder heeft ook het terrein van de openbare orde de aandacht van de onderzoekers in Leeuwarden. ‘Je ziet vaak dat ongeregeldheden voortkomen uit iets dat online is begonnen; zie bijvoorbeeld de Facebookrellen in Haren en eerder dit jaar natuurlijk de onrusten in Zaandam als gevolg van vlogs op internet. Toch gebeurt er nog steeds maar weinig om te onderzoeken hoe je al in dat aanloopstadium als lokale driehoek (burgemeester, politie, OM) kunt ingrijpen. Mogelijk kun je in sommige gevallen de angel van tevoren al uit een dergelijke situatie halen. Dat zou natuurlijk een hoop ellende schelen.’

En zo zijn er nog veel meer thema’s waar Stol en de zijnen zich de komende jaren op kunnen storten. En met de voortdurende ontwikkelingen op digitaal gebied zal het in Leeuwarden gecentraliseerde onderzoek waarschijnlijk een steeds belangrijker rol in de criminaliteitsbestrijding gaan spelen. ‘Werken aan veiligheid in cyberspace moet een gewoon onderdeel worden van het werk van alle politiemensen en hun partners. Alleen dan kunnen we effectief optreden tegen internetcriminaliteit.’

Kijk voor meer informatie op de website van het Cyber Science Center.